De meeste drogredenen zijn bedrog

‘Ja, nogal wiedes’, denk je, als je bovenstaande titel leest. Het zit zelfs in het woord: drogreden, oftewel een reden die bedriegt, bedrog dus. Komen jullie van De Luistervinken ons nog eens iets nieuws vertellen?

Nou, ja, dus. Want met deze titel bedoelen we iets anders.

We bedoelen dat, als je beter wilt leren argumenteren, dat het dan vrijwel geen zin heeft iets te leren over drogredenen. Dus:

  • of je nu beleidsteksten wilt schrijven met een betere opbouw
  • of je nu een sluitende pleitnotitie wilt maken
  • of je nu een vergadering voorbereidt waar een moeilijk punt verdedigd moet worden

In ál die situaties en meer heeft het meer zin om ándere instrumenten dan drogredenen te gebruiken om je argumentatie sluitend te krijgen.

Hoe zit dat? Hieronder leggen we het uit.

Van de bomen en het bos

Het begint al met de vraag: wat ís een drogreden eigenlijk? De definitie van een drogreden heeft twee kanten, die allebei onbehulpzaam zijn:

  • Een drogreden is een logisch ongeldige redeneervorm, waardoor de conclusie op basis van de aannames niet gegarandeerd is
  • Een drogreden is logisch geldig, maar heeft incorrecte aannames, waardoor de conclusie op basis van de aannames niet gegarandeerd is

Fijn toch, definities? Dan weet je waar je het over hebt.

Ja, meestal wel. Maar in dit geval niet, want deze definitie is te breed. Elke redenering valt eronder, van de overduidelijk logisch ongeldige non sequitur (‘Ik zie een zwaluw/mijn sokken zijn nog niet droog/dus ik heb honger’ – aardige haiku, trouwens) tot de logisch perfect geldige cirkelredenering (‘Fifi is een hond/vandaar dat ze altijd blaft/zo doen honden dat’).

En als alles een drogreden is, dan heb je niks meer aan het onderscheid. Je hebt alleen maar website na website, boek na boek, die proberen een uitputtende lijst te maken, waardoor je door de bomen van drogredenen het bos van kritisch denken niet meer ziet.

Debiteuren, crediteuren from hell

En als je een groep collega’s een training drogredenen laat volgen, dan verandert je werkplek in een ‘Debiteuren, Crediteuren’…from hell, waarin collega’s om de dertig seconden triomfantelijk iets uitroepen als ‘Valse vergelijking!’ of ‘Hellend vlak!’, en totaal niet meer kritisch nadenken.

Je collega’s zijn dan vatbaar gebleken voor de ‘drogreden-drogreden’: de gedachte dat je het spelletje dat overtuigingskracht heet, kunt ‘winnen’, en dat je dat ‘winnen’ kunt doen door aan te wijzen wanneer je een drogreden herkent.

En die gedachte heeft een tragisch gevolg: het verandert kritisch denken in een soort ‘ik zie, ik zie, wat jij niet ziet’ en maakt van doordachte discussies een bingoloterij. Zonde.

Argumentatieschema’s in plaats van drogredenen

Maar wat moet je dan doen, als je kritischer wilt leren redeneren? Welk instrument moet je dan gebruiken als je snel beter wilt leren argumenteren, formuleren en redeneren?

Wat ons betreft is er een simpel instrument: argumentatieschema’s. Zoals we in hoofdstuk zes van ons boek ‘Argumentatie en Debat’ (hier de inhoudsopgave in pdf) aantonen, zijn argumentatieschema’s standaardzetten die mensen kunnen doen om een standpunt te verdedigen of aan te vallen.

Je kunt een standpunt met verschillende standaardargumenten verdedigen. Zo kun je het standpunt ‘morgen gaat het regenen’ verdedigen met een autoriteitsargument (‘want dat zegt het KNMI’) of met een oorzakelijk argument (‘want morgen neemt de luchtvochtigheid sterk toe en de luchtdruk neemt af’).

Standaardvragen voor scherpslijpen

Bij elk argumentatieschema horen vaste standaardvragen. Bij het autoriteitsargument hoort onder andere de standaardvraag of de aangehaalde instantie voor de ontvanger van het argument ook écht als autoriteit geldt, en bij het voorbeeldargument hoort onder andere de standaardvraag waarom één voorbeeld voldoende zou moeten zijn om een algemene regel te accepteren. Stel die standaardvragen bij elk argumentatieschema dat je tegenkomt, en je ontdekt vanzelf of een redenering overtuigend is of niet.

Om dat te begrijpen, kijk eens goed naar het verschil tussen de volgende twee autoriteitsargumenten:

  • ‘Morgen gaat het regenen, want dat zegt het KNMI’
  • ‘Morgen gaat het regenen, want dat zegt mijn helderziende tante Sjaan’

Beide redeneringen zijn qua vorm gelijk: ze doen een beroep op autoriteit. Het grote verschil tussen die twee is dat de meeste ontvangers van deze argumentatie het KNMI wél, en tante Sjaan niet als een autoriteit in weersvoorspellingen accepteren.

Wat kún je hiermee?

Kortom, wil je beter leren argumenteren, scherper en sluitender leren formuleren en overtuigender en effectiever leren redeneren? Doe dan het volgende:

  • vergeet de studie van drogredenen, want het helpt niet een onderscheid te maken tussen wat wel en wat niet overtuigend is
  • leer veelvoorkomende argumentatieschema’s uit het hoofd. Experimenteer met het kiezen van verschillende schema’s voor hetzelfde standpunt
  • leer de standaardvragen per schema uit het hoofd. Gebruik ze als checklist om je argumentatie voor jouw publiek sluitend te krijgen

En mocht je nog twijfels hebben over het nut van drogredenen, neem het dan niet van ons aan, maar van de prachtige cartoon van Existential Comics over de avonturen van Fallacy Man. Zie de comic hier.

Geen reacties

(optioneel veld)
(optioneel veld)
Dit is om geautomatiseerde reacties te voorkomen. Het antwoord is natuurlijk 'negen', voor het geval uw talent voor hoofdrekenen u in de steek liet.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.